Er is een bepaald type personage dat vaak mee mag doen in boeken: de uitbundige, flamboyante jongeman die bruist van de levenslust. Vaak heeft dit type een wat rustiger vriend die hij meesleurt in zijn enthousiasme. Ze krijgen meestal de knappe, excentrieke vrouwen die ze dramatisch 'mijn beminde' noemen. Ze smijten met geld, ook als ze dat niet hebben, en hun motto is 'leef bij de dag'. Ze hebben een zekere lak aan de regels en zijn impulsief en onvoorspelbaar. Ze zijn grappig en interessant. Ze vinden vrouwen de mooiste dingen op aarde en seks een godsgeschenk. Vaak zijn ze virtuoos, intellectueel of hebben ze andere talenten, waar ze graag mee koketteren. Ze lijken onbeschaamd, onverstoorbaar, onkwetsbaar.
Denk aan Mees, uit 'het leven is vurrukkulluk', van Remco Campert. Denk aan Broccoli, uit 'Figuranten', van Arnon Grunberg. Denk aan Fräser, uit 'Ik ook van jou', van Ronald Giphart. Denk aan Salomon Schwarz (TT), uit 'Geheel de Uwe', van Connie Palmen.
Ook de vrouwelijke variant komt voor: denk aan Vonda uit 'Ons Derde Lichaam', van Edward van de Vendel, of Topaas uit 'Noorderzon', van Renate Dorrestein.
Opvallend detail: dit personage komt voornamelijk voor in door mannen geschreven boeken, en als het een door een vrouw geschapen personage is, of de vrouwelijke variant van dit type mens, loopt het er vaak slecht mee af. Waarom is dit? Is dit personage een soort mannelijk rolmodel, het type dat elke man bewondert en de barbiepop waar iedereen op wil lijken?
Ik citeer uit een interview met Ronald
Giphart:
'Op school hadden we een clubje van jongens. Laten we
zeggen dat de meisjes niet stonden te dringen om door ons ontmaagd te
worden. Door de literator uit te hangen, konden we een soort schild
maken.'
- interview door Youri Albrecht, 13 december 2006, Vrij
Nederland, naar aanleiding van de verfilming van 'Ik ook van jou'.
Waarom literatuur en gewildheid door vrouwen niet combineren in een intellectueel die misschien niet aan het schoonheidsideaal voldoet maar toch zeer begeerlijk is? In een Fräser misschien, meneer Giphart?
Doordat dit boek behoorlijk autobiografisch is weet ik niet goed of dit wel een goed voorbeeld is; ik weet niet met welk personage uit het boek Giphart zich identificeert en of de andere personages al dan niet verzonnen zijn. Wel kan ik me zo'n gedachtegang best voorstellen: als je zelf, vroeger of nu nog steeds, een beetje schuchter bent, talenten hebt die niet voldoende gewaardeerd worden, geen vlotte babbelaar in de kroeg maar een held op papier, kan je het beste je eigen idool creeëren: in je fantasie kan je perfectie tot in de puntjes nastreven, perfectie zoals dat in deze wereld nooit gevonden zal worden. Toen ik vroeger met de barbies speelde wou ik ook altijd de mooiste Barbie, die begeerd werd door de leukste Ken, en stiekem heb ik bewondering voor de perfecte -al is het maar schijn- PJ uit Tommy Wieringa's 'Joe Speedboot' - dit toneelspel is misschien wel júíst perfectie, omdat je rol voor jezelf kan invullen.
Nu rest alleen de vraag nog of het inderdaad het perfecte personage is. Het onmetelijke zelfvertrouwen grenst al snel aan narcisme en arrogantie, egoïsme, zelfzuchtigheid. Om pijn uit de weg te gaan zal je zelf moeten kwetsen, als je Atap niet eert zal je vergeten wat écht genieten is. Je zal verleren teleurstellingen te verdragen en de toekomst zal je voorbijsnellen en achterlaten op het punt dat het te laat is. Deze bijwerkingen treden natuurlijk alleen op bij overmatig gebruik, maar ze tonen wel aan dat je moet oppassen met het idealiseren van dit personage:
niemand wil eindigen als de legendarische Citizen Kane.
NB: meer over idolen in een eerdere blog: http://catastrofiel.web-log.nl/soeporama/2008/10/your-heros-are.html
Persoonlijke aantekening: ben ik niet precies hetzelfde? Zit ik met het schrijven van deze blogs niet naar dezelfde waardering te hunkeren? Zit ik niet te koketteren met mijn beleesdheid door het noemen van deze boektitels met bijbehorende personages? Zoek ik niet ongeveer dezelfde eigenschappen in mijn persoonlijke rolmodel? Deze vragen zijn voor mezelf nu te confronterend om eerlijk te beantwoorden.